Tuurlijk niet

HENK WOLF – 

Bijwoorden kunnen over het algemeen op twee plaatsen in de zin staan: meteen na de persoonsvorm of er meteen voor. In het laatste geval vormen ze het eerste woord van de zin.

In (1) en (2) staan een paar voorbeeldjes:

(1) altijd:
Ze komt altijd te laat.
Altijd komt ze te laat.

(2) helaas:

Het mag helaas niet.

Helaas mag het niet.

 

Er zijn een paar bijwoorden die niet goed of zelfs helemaal niet helemaal vooraan kunnen staan. ‘Echter’ en ‘niet’ zijn bekende voorbeelden, zoals te zien is in (3) en (4):

(3) echter:
Ze komt echter te laat.
*Echter komt ze te laat. (Klinkt vreemd.)

(4) niet:
Dat is niet toegestaan.
*Niet is het toegestaan. (Klinkt vreemd.)

 

Ik vroeg me af of er ook bijwoorden zijn waarvoor het omgekeerde geldt: die wel helemaal vooraan kunnen staan, maar niet na de persoonsvorm. Ik heb uiteindelijk één duidelijk geval kunnen vinden: ‘tuurlijk’.

(5) tuurlijk:

* Dat is tuurlijk toegestaan. (Klinkt vreemd.)
Tuurlijk is dat toegestaan.

 

Het Duitse ‘klar’ heeft dezelfde betekenis en dezelfde beperking, zoals (6) laat zien:

(6) klar:
*Das ist klar erlaubt. (Klinkt vreemd.)
Klar ist das erlaubt.
 

Met behulp van een heleboel meedenkers heb ik nog twee twijfelgevallen kunnen vinden. Het eerste is ‘zekers’. Dat kan prima helemaal vooraan staan, maar na de persoonsvorm schuurt het wat, in elk geval voor sommige sprekers. Zie (7):

(7) zekers:
?Dat is zekers toegestaan. (Niet helemaal onmogelijk, maar er schuurt wel wat.)

Zekers is dat toegestaan.

 

Het tweede twijfelgeval is het woordje ‘beter’ in een constructie die mij oneigen is, maar die door sommige Nederlandstaligen wel wordt gebruikt. Het gaat om adviserende zinnen waarin het bijwoord ‘beter’ wel vooraan wordt gebruikt, maar bij voorkeur niet na de persoonsvorm. In (8) staan voorbeelden:

(8) beter:
?Dat doe je beter niet! (Ook vreemd voor mensen die de volgende zin wel gebruiken.)
Beter doe je dat niet! (Betekenis: doe dat maar liever niet!)

Dit ‘beter’ lijkt een andersoortig geval te zijn. Ik vermoed dat ‘tuurlijk’, ‘klar’ en ‘zekers’ uitroepen zijn, tussenwerpsels, waar we af en toe een stuk zin achter plakken, zodat ze zich gaan ontwikkelen tot bijwoorden. Het zijn daarmee nog geen echte bijwoorden geworden, die je overal in de zin kunt gebruiken.

Zijn er mensen die meer voorbeelden kunnen bedenken van dit soort bijwoorden, die alleen helemaal vooraan in een zin kunnen staan? Zijn er ook Friese voorbeelden?

Comments
Ien reaksje oan “Tuurlijk niet”
  1. Het is denk ik zinnig om het proefschrift van Mirjam Ernestus (VU, 1999) te bekijken. Dat gaat over reducties van ‘natuurlijk’. Ik kan me niet herinneren dat zij een dergelijke beperking gevonden heeft, maar ik kan me vergissen, en syntaxis was niet de focus van haar onderzoek.

Reagearje

DE MOANNE

'de Moanne' wol in breed en kreatyf poadium biede foar aktuele en skôgjende bydragen oer kultuer en de keunsten. 'de Moanne' lit sjen wat der yn en om Fryslân spilet, yn taal, byld en nije media. 'de Moanne' ferskynt op it web, op papier en organisearret 'live'-moetingen.