Schaduwkind

SJOERD VAN METEREN – 

Je suis toujours celle que tu respires*

Paul Valéry

 

In Voor jou schrijft K. Schippers over het ‘verdwijnen’ van zijn vrienden Brands en Bernlef. Het is een mooie gedachte: of je ze ooit nog tegen kunt komen. Zo heb ik mijn dochter Rosanne Mei van 29, overleden in april 2002, later nog gezien in Venetië, in de verte. Ze zat met haar rug naar me toe te praten met twee jonge mensen. Ze is er nog, dacht ik, al kan ik er niet meer bij. Het troostte me.

 

Een vader kan zijn kind niet redden, maar dichterbij dan Thomése kun je, wat mij betreft, niet komen.

 

In 2003 las ik het boekje Schaduwkind van Frans Thomése, dat ik sindsdien elk jaar herlees. Het is het ontroerende relaas van het verlies van zijn dochtertje Isa, kort na haar geboorte. Hij is met stomheid geslagen en zoekt naar woorden. ‘Ergens in de taal is zij nog, ergens tussen een paar woorden in. Woorden die elkaar nog niet kennen. En die haar nog niet kennen. Schrijven is zinnen uitproberen om te zien wat ze kunnen betekenen.’ Thomése schrijft op de tast, gevoelvol en precies, nergens sentimenteel.

‘Vandaag een schutting geplaatst’, zo begint het boekje. Hij schermt zich af van de buitenwereld. Hij knipt de bloesem af, snoeit de knoppen, ‘ik moet toch iets, het kan toch niet gewoon doorgaan alsof er niks is veranderd.’ ‘s Nachts zit hij op zijn doodstille studeerkamer, tussen onervaren woorden, woorden die niet weten waar ze het over hebben.

Lievelingsboeken van Nabokov en Flaubert, die over gestorven kinderen hebben geschreven, kunnen hem niet troosten. Hij begrijpt hen niet meer. ‘Hun woorden zijn de woorden van anderen over anderen. [..] het [is] iets wat anderen overkomt.’ En wat mij betreft is dit de essentie. De bom slaat vlakbij in en je weet niet waar je het zoeken moet.

‘Dit is het dus, werd er in mij gedacht. Dit is het ergste wat mij kon overkomen en het is nu aan het gebeuren. Daar achter me gaat ons kind nu dood. Straks is ze voor altijd weg. Ik wist het, maar ik voelde het niet. Ik voelde helemaal niks meer. Een steen was ik geworden, ik kon alleen nog breken.’

Een vader kan zijn kind niet redden, maar dichterbij dan Thomése kun je, wat mij betreft, niet komen. Als ze ergens nog is, dan is het wel in de schaduw van zijn woorden.

 

* Ik ben altijd degene die je inademt [motto Schaduwkind]

Comments
2 reaksjes oan “Schaduwkind”
  1. kees van den herik schreef:

    Beste Sjoerd,
    Je zag Rosanne Mei in Venetië in de verte en het troostte je.
    Soms, in een droom duikt m’n in 1971 verongelukte broer nog op. We spreken af. Hij verblijft in Antwerpen. Het gaat hem goed. Over de periode 1971/2016 wil hij me niet vertellen. Zoals in romans van Hubert Lampo regelmatig voorkomt, is hij de andere dag plotseling verdwenen. Ik ben al even wakker voordat het tot me door dringt dat het geen zin heeft hem te gaan zoeken. Hij is er nog en ik respecteer z’n hang naar verdwijning..
    Vriendengroet,
    Kees

  2. Sjoerd van Meteren schreef:

    Beste Kees,

    Mooi wat je schrijft. Het is een grote troost zielsverwanten te hebben. Nog een citaat: ‘ Ook vandaag zag ik op straat weer gedaanten die zij had kunnen aannemen. Er is genoeg waar zij in zou passen. Gebaren, gezichten, gestalten.’

    Tot gauw, je vriend

    Sjoerd

Reagearje

DE MOANNE

'de Moanne' wol in breed en kreatyf poadium biede foar aktuele en skôgjende bydragen oer kultuer en de keunsten. 'de Moanne' lit sjen wat der yn en om Fryslân spilet, yn taal, byld en nije media. 'de Moanne' ferskynt op it web, op papier en organisearret 'live'-moetingen.