fotografy: Marleen Annema

Maak iets moois, Ismaël

KAREN BIES – 

Het is een absurde film waar hij in zit. Februari dit jaar kreeg filmmaker Ismaël Lotz (1975) uit Groningen te horen dat hij kanker heeft. Ongeneeslijk. Toch doet hij alles om beter te worden. Hij filmt zichzelf in de mini-docu-serie ‘Lotz Leeft!’ Zijn camera is zijn wapen en zijn schild. “Mijn naam is Ismaël Lotz en ik leef nu. Nu is het enige wat ik heb.”

Zijn (eerste) grote film Who is Alice? won 27 awards op filmfestivals in Hollywood, Londen, Miami en New York, onder andere voor beste film en beste cinematografie. Ismaël Lotz tekende voor de regie (samen met Robert van den Broek), voor het camerawerk (als director of photography) en de montage. In Who is Alice? is de ambitieuze actrice Alice wanhopig op zoek naar een filmrol, maar ziet ze over het hoofd wat er in haar eigen leven gebeurt.

 

Alice: ‘You heard of John Lennon?’

Young actress: ‘Is he an actor?’

Alice: ‘No, he was in a band. And he once said: Life is what happens to you while you’re busy making other plans.’

Young actress: ‘Okay. Suppose he thought that philosophy would make him a career.’

Alice: ‘I think he was pointing at the idea that whatever happens in life really is all just out of our hands.’

(uit: Who is Alice?, 2017)

 

Ismaël schenkt koffie. Eén bakje per dag is goed, zegt de dokter.

 

Bij Alice lopen film en leven door elkaar. Ook bij jou. Jij filmt jezelf in je Lotz Leeft!- filmpjes. Waarom doe je dat?

‘Met een camera op mijn schouder durf ik meer. Ik heb voor de beste shots uit een helikopter gehangen. Voor een autocommercial stond ik met mijn voeten op het landingsgestel van de helikopter. Ik zat alleen vast met een leren riem en klittenband, terwijl de auto onder mij door reed. Wie doet zoiets nou, behalve Tom Cruise. Ik was anders schijtbang geweest, maar ik keek door de lens en riep naar de piloot: “Nog een keer!”

De camera is mijn wapen, zeg ik de eerste aflevering van Lotz Leeft!. Het is ook een buffer, dat ik het beter aankan misschien.’

 

Ook een schild, af en toe?

‘Ja, zo werkt het wel. Want het is natuurlijk een gekke film waar ik nu in zit. Ook mensen die geen cineast zijn, maken die vergelijking. Omdat je het bijna niet gelooft. Ik geloof het wel, dat dit nu zo is. Maar om dit goed aan te kunnen, geloof ik liever in mogelijkheden. Vorige week was ik voor een scan in het ziekenhuis. Het bericht was positief, de tumor en de uitzaaiingen waren gekrompen, maar iets minder fors gekrompen dan de scan daarvoor. Dus de arts gebruikte het woord “stabiel”. Ik dacht: dat is geruststellend en tegelijk verontrustend. Houdt de werking van het medicijn dan nu al op? Ik ga voor radicale remissie, zei ik tegen de arts. Toen vond zij het nodig om te zeggen: “Het is anno 2018 nog steeds een ongeneeslijke ziekte”.’

 

Eigenlijk wil je dat niet geloven.

‘Nee. Ik ben wel realistisch, maar ik heb er niks aan om te denken dat ik in een spiraal naar beneden ga. Ik probeer er alles aan te doen om te genezen. Dat woord stabiel triggerde mij om nog meer tandjes bij te zetten, met extra vitamines, groentesapjes en sport. Internet staat vol met dingen die je kunt doen als je dit hebt. Ik heb me verdiept in de Gersontherapie, die inzet op genezing door het lichaam zelf. Om dat lichaam de impuls te geven: Hé lichaam, je hebt dit gemaakt, dan kun je het ook on-maken.’

 

Je praat tegen je lichaam, ben je het aan het helpen?

‘Ja, dat kun je wel zo noemen. Mijn vriendin Carolien en ik eten nu zo’n vijf jaar veganistisch, maar ook dan kun je ongezond leven. Chips is plantaardig, hè. Ik sportte niet, was te dik. Als filmer leef je onregelmatig. Altijd op pad, tot diep in de nacht doormonteren. Nog zoveel uur om deze scène te pakken. Je krijgt op de dramaset tussendoor eerder een snickers dan een appel aangeboden. Dus ik ben daar niet slim mee omgegaan, vind ik zelf. Nu luister ik naar mijn lichaam. Naast de medicatie gebruik ik voedingssupplementen, ik eet gezond en ik doe middagdutjes.’

 

De diagnose kwam precies vijf maanden na de première van Who is Alice?.

‘Ik zie mezelf weer zitten in de wachtkamer van het ziekenhuis, met Carolien. Iets in mijn long, waarschijnlijk moet ik geopereerd worden, heel naar, maar het komt wel goed. Dat dacht ik. Dus toen de arts zei: “Ik heb geen goed nieuws” en de rest van het verhaal vertelde, ging er bij mij een rolluik dicht. Ik dacht: Dit gaat niet over mij. Dit is een heel slecht scenario, wanneer gaat het nu over mij? Carolien zei: “Maar hij heeft alleen een hoestje.”

De diagnose was longkanker met uitzaaiingen op het bot. Stadium vier. Opereren, bestraling, chemo, het heeft geen zin, het enige waarop we kunnen hopen is doelgerichte therapie. Deze vorm van kanker komt voor bij jonge mensen, niet-rokers, mensen met Aziatisch bloed. Dat heb ik.’

Ismaël laat een paar foto’s zien. Een blonde moeder en een Indonesische vader.

 

Knappe man.

‘Dat hoor ik vaker. Ik ging als jongetje eens met mijn vader naar de film, zat ik naast hem in de bioscoop in Assen. Vijf rijen achter mij fluisterden meisjes uit mijn klas: “Hee Ismaël, wie is die knappe vent naast je, is dat je broer?” Ik, zeer geërgerd: “Nee, dat is mijn vader!”’

 

Je probeert je lichaam gezond te maken. Ben je mentaal ook aan het opschonen?

‘Zeker, alles komt voorbij. Ik vraag me af over welke dingen ik boos of gefrustreerd ben, en of ik daar nog iets mee moet. Er zit een extra filter op hoe ik naar het leven kijk. Gisteren stond ik op het perron te wachten op een vriend. De deuren van de trein gingen open en ik werd bijna omvergelopen door de stroom mensen. Iedereen moest iets, naar huis, naar werk, naar school. Eerder was ik ook zo, ik móest iets. Maar ik laat het nu over me heen komen. Er is een ander soort bewustzijn, nu ik weet wat ik heb.’

 

Is je werk ook veranderd?

‘Het is een zoektocht. Ik wil iets moois maken, films die mensen zich over tien jaar nog herinneren. Geen nieuwsitem dat mensen ’s avonds even zien en dat vervolgens vervliegt. Het is een soort kunstenaarschap waarin ik nu terechtkom. Bij Lotz Leeft! denk ik steeds: wat wil ik vertellen? Die mini-docu’s leveren geen geld op, maar wel aandacht en respons van mensen die geïnspireerd worden. Die reacties drijven me om door te zetten, maar dat is niet de hoofdzaak. Dat is de zoektocht naar mezelf. Er is een kanaal geopend, ik laat het stromen. Als de flow komt, moet ik niet te veel sturen. Ik vraag me af: wie ben ik, wat doe ik? Ben ik mijn gedachten? Daar gaan ook mijn speelfilms over. We kunnen wel denken dat we controle hebben over ons eigen leven, maar is dat zo?’

 

Dick: ‘So you do understand it.’

Kelly: ‘I don’t do anything. I am just happening.’

(uit: Who is Alice?)

 

Je speelt een rol in ‘Who is Alice?’ Je neemt jezelf close in beeld in ‘Lotz Leeft!’. Is het voor jou normaal om jezelf te filmen?

‘Het zou gek zijn als ik het niet deed. Camera’s en microfoons horen bij mijn leven. Toen ik een jaar of acht was, mocht ik de Minolta van mijn vader gebruiken met een fotorolletje van 36 foto’s. Ik had van die A-teampoppen, die hing ik in een struikje, alsof ze net uit een vliegtuig waren gesprongen, en dan maakte ik een foto. Eigenlijk waren die foto’s dus filmscènes. Mijn oom had een 8mm filmcamera met een cassette van drie minuten, dat was heel duur toen. Als je het knopje indrukte begon hij. Als je losliet hoorde je “grrr”, dan stopte de cassette. Ik filmde terwijl mijn oom achter mij op mijn schouder stond te tikken, want: “Het is maar drie minuten en het is heel duur, Ismaël.” Dus ik leerde al vroeg nadenken over wat ik wilde filmen. Ik leerde mezelf monteren van camera op videorecorder. Ik wilde heel graag naar de Filmacademie, maar toen ik voor de tweede keer werd afgewezen, dacht ik: okee, jammer voor jullie, maar ik zorg zelf wel dat ik er kom. Nadat ik een filmpje maakte voor TMF mocht ik stage lopen bij TV Drenthe, ik ging een opleiding doen bij OOG. Bij Omrop Fryslân werkte ik mee aan de eerste Friese dramaserie, “Baas boppe baas”. Toch ben ik, ook toen, nooit alleen maar gewoon cameraman geweest. Dat vond ik beperkend. Ik was altijd bezig met scripts schrijven, montage, regisseren.’

 

In november ga je naar Los Angeles. Je bent er eerder geweest, wat ga je doen?

‘Het voelt als naar huis gaan. Ik krijg zo’n energie van de mensen die ik daar ontmoet heb. Een regisseur heeft me gevraagd mee te werken aan een kerstfilm. Voor mij een heel groot project. Ze vragen me waar ik mee bezig ben, wat ik ga doen. Ze zeggen: “Twenty seven awards? Awesome, man!” Terwijl hier in Nederland … “Zevenentwintig awards? O wat is dat dan, ken ik dat dan? Alice? Ken ik niet.” Als je hier met je kop boven het maaiveld uitsteekt, is het al snel: “Nou nou, wie denkt hij wel dat hij is.” Die zelfonderschatting, daar ben ik wel klaar mee. Ik werd gevraagd films in te sturen voor de Beste Groninger Film; ik werd twee keer genomineerd, maar twee keer is het me niet gegund. Ik zoek mijn heil wel in Amerika. Daar vinden ze me interessant, want ik kom uit Nederland, ze vinden dat ik anders ben.’

 

Het lijkt me toch heel moeilijk om Amerika te veroveren.

‘Maar makkelijker dan Nederland veroveren. Zo voel ik dat. Omdat ik er zelf vrolijker van word. Ze ontvangen me met open armen. Hier vragen ze, met de armen over elkaar: “Nou, wat heb jij gemaakt? Komt het op SBS6? Anders ken ik het niet.” Zo plat is het.’

 

Wat ga je nu het liefste doen?

‘Ik heb op dit moment heel veel zin in documentaires. Het leuke is om dingen te vangen die écht zijn. Dit is de fase van het filmmakersleven waar ik in zit. I Am Famous is een korte film die ik heb gemaakt over acteur Tom Wilson, intussen een vriend van mij. Hij speelde de bullebak Biff in de Back to the future-films. Hij zei tegen mij: “Wat is nou belangrijker, deze films over jouw zoektocht, of op de set staan van Transformer 7?” Niet dat ik daar sta, maar Hollywoodfilms, Steven Spielberg en Paul Verhoeven zijn altijd mijn grote voorbeelden geweest. En nu ontdek ik dat ik graag mensen portretteer, gepassioneerde mensen zoals Tom. Ik wil dat meer gaan doen. LA zit vol met interessante artiesten en kunstenaars.’

 

Wordt dat nog niet gedaan?

‘Ik liet me lang ontmoedigen door het idee dat anderen iets beter deden dan ik zelf ooit zou kunnen. In New York ontmoette ik een regisseur die commercials maakt op hoog niveau. Op een krijtbord in zijn studio stond zijn agenda: “Wednesday: shoot with U2”. Toen zei ik: “Mac, ik kan wel ophouden als ik zie wat jij allemaal doet.” Hij zei: “Zeg dat niet. Laat je niet leiden door wat anderen prachtig kunnen. Doe je ding. Volg je hart. Maak iets moois, Ismaël.” Dat was heel inspirerend om te horen. Alles is al wel gedaan, maar nog niet door mij.’

 

Tom: ‘But people love happy endings.’

Alice: ‘I know, everybody loves the cliché Hollywood stuff. But real life doesn’t work like that. In a movie the character has to go through a change.’

Kelly: ‘You did go through a change. You had your ego crushed. You became more humble, more open. But most importantly: it all happened in your imagination.’

(uit: Who is Alice?)

 

 

www.alicethemovie.nl

www.iamfamousfilm.com

www.defilmmakerij.nl

 

Earder publiseard yn de Moanne, 17 (2018), 5 (oktober)

Reagearje

DE MOANNE

'de Moanne' wol in breed en kreatyf poadium biede foar aktuele en skôgjende bydragen oer kultuer en de keunsten. 'de Moanne' lit sjen wat der yn en om Fryslân spilet, yn taal, byld en nije media. 'de Moanne' ferskynt op it web, op papier en organisearret 'live'-moetingen.