fotografy: Dirk van Ginkel

Bries brengt kunst op straat

DIRK VAN GINKEL –

Kunstenaarsplatform Bries toont vanaf eind januari door heel Friesland een zestal kunstwerken op posterformaat, als ging het om een affiche-campagne voor een consumentenmerk. Het grote verschil: Bries biedt geen eenduidige, makkelijk te behappen boodschappen, maar beelden die uitnodigen om even over na te denken, om over te praten en om van te genieten. Rustpunten in de stormachtige tijden van corona.

Eind vorig jaar stuurde Bries – een samenwerking van het Fries Museum en Kunstinitiatief VHDG – een bericht de wereld in waarin Friese kunstenaars werden uitgenodigd te reageren op de coronacrisis. ‘De coronacrisis houdt ons in de greep en bepaalt onze blik op de wereld’, schrijft Bries. ‘Welke inzichten heeft deze crisis ons opgeleverd? En wat staat ons te doen? Waar willen we naartoe?’

Met deze ‘open call’ vroeg Bries aan kunstenaars om hun visie op de eigen tijd kenbaar te maken door middel van nieuwe kunstwerken. De enige beperkende voorwaarde was het formaat. Omdat Bries de kunst via een postercampagne onder de aandacht van de mensen wilde brengen, moest men rekening houden met een staande beeldverhouding van 104 x 84 centimeter. De kunstenaars waren echter vrij in hun techniek: houtsnede, tekening, aquarel, sculptuur, foto: het kon allemaal.

De open call was een groot succes. Maar liefst 167 kunstenaars stuurden werk in. De jury – bestaande uit B.C. Epker (kunstenaar), Hanne Hagenaars (conservator moderne en actuele kunst van het Fries Museum) en Agnes Winter (directeur van Kunstinitiatief VHDG) – beoordeelde de inzendingen zonder de namen van de inzenders te kennen. Uiteindelijk werden zes winnaars geselecteerd.

Positiviteit
Het idee voor de open call ontstond tijdens een brainstorm. Vanwege de coronamaatregelen kon Bries immers niets doen met het geplande programma van bijeenkomsten, lezingen en discussieavonden. Hoe de Friese kunstenaars dan toch een podium te bieden? Door middel van een posteractie dus.

Een van de juryleden herinnerde zich een soortgelijke actie in Amsterdam met prachtige foto’s van de Hortus-tuinen. Die werden zonder context of toelichting gepresenteerd en dat maakte ze heel mysterieus. Je had geen idee waar ze vandaan kwamen of wat ze wilden uitdrukken. Deze beelden uit het project The Miracle Garden van fotograaf Elspeth Diederix zetten je als toeschouwer aan het denken.

‘Dat vonden we mooi’, zegt Hagenaars. ‘Het leek ons een goed idee om de kunst op straat te brengen. Net als in Amsterdam, maar nu wel voorzien van een context, namelijk corona en vooral ook de periode daarna. Wie weet hadden de Friese kunstenaars positieve boodschappen voor de samenleving. Daar hoopten we wel een beetje op. Je brengt zo in moeilijke tijden iets waardevols de wereld in en kunstenaars krijgen de gelegenheid hun werk te laten zien ook al zijn alle galeries gesloten.’

Jurering
De juryleden hadden afgesproken dat ze vooraf, ieder voor zich, de inzendingen zouden beoordelen. Met een lijstje van twaalf favorieten per persoon zouden ze vervolgens gaan overleggen. De jurering in het Fries Museum duurde een dag.

‘De gemiddelde kwaliteit van de inzendingen was best hoog. Dat blijkt wel uit het feit dat we allemaal andere voorkeuren hadden’, zegt Hagenaars. ‘Maar dat is het leuke van jureren: ieder krijgt de gelegenheid zijn keuze te verantwoorden en daardoor ga je toch anders naar inzendingen kijken. En soms raak je overtuigd van de kwaliteiten van een werk dat op het lijstje van een ander staat. Zo kwamen we uiteindelijk tot zes winnaars.’

Hoewel er vooraf geen duidelijke beoordelingscriteria geformuleerd waren, bleken gaandeweg inhoudelijke criteria zwaar te wegen. Natuurlijk, de winnende kunstwerken moesten in termen van kunstzinnigheid, esthetiek en vakmanschap de toets der kritiek doorstaan, maar de aard van hun boodschap speelde ook mee.

Hagenaars: ‘De werken die gewonnen hebben, zijn daar mede op uitgekozen. Die hebben iets positiefs te melden en zijn algemener van aard dan de inzendingen die direct reageren op de coronatijd. Er waren ook heel goede inzendingen bij die inzoomden op bijvoorbeeld het hamstergedrag, maar die vonden we inhoudelijk dan toch wat te concreet. We wilden graag dat de toeschouwers door de werken in meer algemene zin geïntrigeerd zouden raken, er de tijd voor zouden nemen, er onderling over gingen praten.’

Jurylid B.C. Epker haakt daarop in. ‘De essentie van een kunstwerk is dat het een werking heeft: dat het mensen in beweging zet, ze aanspoort om te reflecteren, om moed te vatten, om over hun eigen schaduw heen te springen, om anders naar de wereld te kijken. Als onze open call zoiets kan bewerkstelligen, dan is dat heel waardevol. De kansen zijn er: de zes winnende kunstenaars bieden sterk uiteenlopende gezichtspunten om over de dingen na te denken.’

Inspiratie
De kunstenaars stuurden niet alleen hun werk in, ze voegden er ook een uitleg bij. De winnaars dus ook. Die van Aafke Ytsma is minimaal: ze vertelt alleen dat ze in Friesland woont en werkt en dus voldoet aan de basisvoorwaarde voor deelname. Dat is helemaal niet erg, vindt Epker. ‘Kunstenaars praten in beelden, hun werk drukt uit wat ze te zeggen hebben. In het geval van Ytsma is dat maar al te duidelijk: het is een zelfportret waarbij zij uit de duisternis naar voren treedt het licht in en daarbij de schoonheid van felgekleurde bloemen toont. Een heel hoopvolle beweging eigenlijk.’ Misschien ontleent het z’n impact mede aan het feit dat het zo sterk doet denken aan het bekende ‘Flowers’ van Andy Warhol.

Machteld van Buren: ‘Het beeld is gemaakt bij een tekst van Peter van Lier.’Machteld van Buren is bijna even summier in haar toelichting. Zij schrijft dat haar werk is geïnspireerd op teksten van de dichter Peter van Lier. Die teksten, eigenlijk zijn het poëziefragmenten, heeft Van Buren opgenomen in haar werk waarin – veelzeggend genoeg – het rode kruis een beeldbepalend element is. Intrigerend is de regel ‘Een minimum aan vet om in te wonen’. In de context van corona is een minimum aan vet juist een goed ding, zegt de dichter desgevraagd, terwijl het in normale omstandigheden mogelijk wijst op een tekort.
Machteld van Buren: ‘Het beeld is gemaakt bij een tekst van Peter van Lier.’

 

 

Christiaan Kuitwaard tekent zichzelf in zijn atelier thuis. Het is een soort anti-poster, want je moet het werk van dichtbij zien om het te kunnen ervaren en je moet er kijktijd aan besteden. Kuitwaard zegt: ‘De corona pandemie van 2020 was voor mij een periode van isolement en introspectie. Omdat de wereld tot stilstand kwam en ik gedwongen werd om ‘thuis’ te blijven begon ik meer na te denken over wezenlijke vragen als: hoe verhoudt de mens zich tot zijn omgeving en tot het natuurlijk milieu.’

‘Een prachtige tekening’, aldus Hagenaars. ‘Heel meerduidig, elk jurylid zag er wat anders in. Voor mij had het iets heel positief-hangerigs, een zen-achtige kwaliteit die uitdraagt het waardevol is om op jezelf teruggeworpen te zijn.’

Pedro Bakker toont, naar eigen zeggen, een ‘ynternasjonaal feministysk fisioen yn ‘e lytse mienskip fan ús doarp’ met een ‘wyte, swarte en giele goadin’. Epker zegt: ‘In het bericht aan de kunstenaars hadden we de inhoudelijke suggestie gedaan van een visioen op de toekomst. Bakker heeft dat heel letterlijk genomen. Het is, net als dat van de anderen, een sterk eigen beeld.’

Dat geldt ook voor de inzending van het jonge kunstenaarscollectief PROP. Dat presenteert een vrolijke verzameling van elf kleurige objecten in een blauwe kast die vaag refereren aan bestaande producten maar onbruikbaar zijn. PROP meldt hierover: ‘De kast waarin de objecten tentoongesteld zijn, kun je zien als een “eerste hulp NA ongelukken” pakket, waarvan je geen van de aanwezige hulpmiddelen meteen herkent.’ Epker zegt over deze bijdrage: ‘Ik beschouw dit werk als het murmelen van de creatieve bron. Allemaal kleine aanzetjes, poëtische ideetjes.’
Prop: ‘In een wereld die bijkomt van de problemen waar we nu nog middenin zitten, zijn hulpmiddelen nodig die nog niet bestaan. (…) De titel “Sweetie, why’d you grab this?” vraagt je om een selectie te maken tussen de items en te reflecteren op je gemaakte keuze.’

Bliuw thús

Gosse Koopmans tenslotte richtte zich in de lockdownperiode op het interieur van zijn eigen woning. Hij licht toe: ‘Waar voor veel mensen de wereld stil kwam te staan vanwege de lockdown, is die van mij in beweging gekomen. (…) Ik ben mij met versterkte energie gaan storten op hetgeen ik begonnen was: mijn panorama’s, de bestudering van mijn directe leefomgeving.’ Hagenaars zegt over Koopmans dat hij ‘vooral heel lekker klassiek aan het schilderen’ is. ‘Het hoefde voor ons niet allemaal hip & happening te zijn. We bieden met deze zes winnaars een mooi beeld van wat er allemaal speelt op kunstgebied in Friesland. En daarmee hopen we iedereen op een aangename manier te verrassen.’
Gosse Koopmans: ‘Ik ben letterlijk naar binnen gegaan in mijn woning om mij te verdiepen in de wetten van de waarneming, mij over te geven aan de verwondering door de bestudering van de alledaagse dingen. Een vruchtbare periode, kortom: bliuw thús.’

 

Dirk van Ginkel is journalist

Reagearje

DE MOANNE

'de Moanne' wol in breed en kreatyf poadium biede foar aktuele en skôgjende bydragen oer kultuer en de keunsten. 'de Moanne' lit sjen wat der yn en om Fryslân spilet, yn taal, byld en nije media. 'de Moanne' ferskynt op it web, op papier en organisearret 'live'-moetingen.