Twijzelerheidenen moeten etnisch geregistreerd worden
Wederopstandingen uit de dood blijken altijd weer schokkend voor de omstanders en wel in het bijzonder voor de bovenburen van mijn oma aan de Rivierenlaan in Amsterdam (tegenwoordig President Kennedylaan), die zich de inboedel van mijn oma’s flat hadden toegeëigend, nadat zij in 1943 tijdens een razzia was opgepakt door keurige Nederlandse politiemensen. ‘Wij doen ook maar wat ons wordt opgedragen, mevrouw’, hadden ze nog gezegd. Haar moeder, haar broer, haar schoonmoeder en nog zoveel meer familieleden, hadden de kampen niet overleefd. Zij wel. De bovenburen verbijsterd. Daar stond mijn oma, in de deuropening van hun flat. Ze herkende direct haar Perzische tapijt. En het bankstel. En de koffietafel. De bovenbuurman vermande zich, gaf geen krimp. ‘Wij dachten dat u niet meer…. Maar komt u toch binnen.’ Mijn oma ging op haar stoel zitten. Ze kreeg koffie uit haar koffiekopje. Ze roerde er een wolkje melk doorheen met haar lepeltje. Maar ze zei niets. En de bovenbuurman en de bovenbuurvrouw zeiden ook niets.
De bovenbuurman wilde nog wel kwijt dat het een moeilijke tijd was geweest. Gelukkig had hij zijn baan weten te behouden. Het enige wat daarvoor nodig was, was een Ariërverklaring ondertekenen. Nou, daar hoefde hij niet eens voor te liegen.
Wel vervelend dat hij zich nog had moeten verantwoorden voor het feit dat er een Jodin onder hem woonde. ‘Maar ik had echt nooit gezien dat u die ster droeg.’
‘Ik ben teruggekomen’, zegt mijn oma zacht. Ze zit naast mijn vader, haar zoon, in de voorkamer van ons huis. Hier is de zondagse misjpoge bijeen. De heer en mevrouw E. en de heer en mevrouw W. De heren roken een sigaar. Mevrouw W. steekt de ene sigaret na de andere op en mevrouw E. dreigt de hele tijd in slaap te vallen. Op tafel staan lege kopjes en een grote schaal vol koekjes. Mijn moeder is in de keuken. Ze bakt een appeltaart.
‘Maar Theresienstadt was een hotel’, zegt meneer E. na een lange stilte.
Ze zitten wel bij elkaar, maar er is teveel om te bespreken en dus zwijgen ze vooral. De overlevenden hebben zich verschanst in hun herinneringen.
‘Ik ben teruggekomen’, zegt mijn oma. ‘Dus er moet toch iets zijn, iets hogers, iets…’ Ze kijkt mijn vader vragend aan. Hij neemt een trek van zijn sigaar en blaast rookkringetjes de kamer in. Hij haalt de sigaar uit zijn mond en rolt hem bedachtzaam tussen duim en wijsvinger van zijn rechterhand. Het blijft stil in de kamer. Mijn vader staart naar de sigaar in zijn hand. Hij slikt iets weg. Of is het zijn tong die tegen zijn gehemelte klakt als hij zijn droge mond open doet?
‘Iets hogers?’
Hij wend zijn hoofd naar zijn moeder.
‘En de anderen dan?’
Het was een regenachtige herfstdag toen ik besloot journalist te worden. Zodra de radionieuwsdienst – ‘verzorgd door het ANP, het Algemeen Nederlands Persbureau’ – begon, verlangde mijn vader van zijn gezin absolute stilte. Er was een reportage over een proces in Duitsland tegen een Nazi. ‘De aangeklaagde verklaarde dat hij niet had geweten wat er in de kampen gebeurde. Ich habe es nicht gewußt’, las de verslaggever met plechtige stem voor.
‘Altijd weer datzelfde liedje, ich habe es nicht gewußt’.
Mijn vader stond op en draaide de radio uit.
‘Kom, laten we maar gaan eten.’
En ik nam een besluit: nooit meer zou iemand de kans mogen krijgen zich te verschuilen achter dat argument.
Ik ben de wereld ingetrokken. Ik heb armoede, honger, ziekten en oorlogen in de huiskamers gebracht. Ik dacht: als de mensen eenmaal weten dat op nog geen halve dag vliegen van Amsterdam, kinderen geen onderwijs kunnen volgen, veilig drinkwater niet voorhanden is, gezondheidszorg onbereikbaar en een chronisch tekort aan voedsel de mensen ziek en zwak maakt… Als de mensen dat allemaal eenmaal weten, dan…
Dan lees ik in de Leeuwarder Courant van 12 juni 2010 wat een inboorling te Twijzelerheide te melden heeft over die wereld, op nog geen halve dag vliegen van hier, over ontwikkelingssamenwerking: ‘Fuort nei ophâlde. It kostet miljarden, mar it smyt allegear niks op.’
Lullig voor die mensen in Afrika. Maar dan hadden ze maar ergens anders geboren moeten worden.
Bijna 1 op de 3 Twijzelerheidenen heeft op de PVV gestemd. De partij die ontwikkelingshulp wil beperken tot noodhulp (pagina 43 van het verkiezingsprogramma). En de partij die pleit voor: Etnische registratie van iedereen. Inclusief vermelding ‘Antilliaan’ (zo staat letterlijk op pagina 11 van het verkiezingsprogramma).
Etnische registratieformulier voor Twijzelerheidenen
Ondergetekende ............................................
..........................................................................
Van beroep .....................................................
..........................................................................
Geboren ..............................
te .......................................................................
Wonende te Twijzelerheide
Verklaart, dat naar zijn/haar beste weten noch hijzelf/zijzelf, noch zijn/haar echtgeno(o)t(e) (verloofde), noch een zijner/harer (hunner beiden) ouders of grootouders ooit heeft behoord tot de niet-Friese etnische gemeenschap.
De ondergetekende is bekend, dat hij/zij zich in geval vorenstaande verklaring niet juist blijkt te zijn aan onmiddellijk ontslag blootstelt.
Getekend te......................................................
op ......................................................................
Handtekening
..........................................................................
Artikel 11 APV Twijzelerheide
1. Fries in de zin dezer Verordening zijn
a. degenen die van meer dan één volfriese grootouder stammen
b. andere dan de onder 1 aangeduide personen die hetzij op 1 januari 2010 tot de Fries-etnische gemeenschap hebben behoord of na die datum daarin zijn opgenomen.
2. Als Fries-vermaagschapte persoon in de zin van deze Verordening wordt beschouwd degene, die met een persoon, als bedoeld in lid 1, is gehuwd of daarmede in concubinaat leeft.
3. Een grootouder wordt zonder meer als volfries aangemerkt, wanneer deze tot de Fries etnische gemeenschap heeft behoort.
Nu hebben wij bij ons op het dorp een zwart jongetje. Hij is geen asielzoeker, maar een geadopteerd kind van blanke Friezen. Misschien komt hun kind oorspronkelijk wel uit Haïti? En hoe zal ik zelf etnisch geregistreerd moeten worden? Niet. Want als het zover komt verlaat ik dit land terstond en geheel vrijwillig.
In de Leeuwarder Courant van 12 juni 2010 komt ook ene Femme Zijlstra aan het woord. Leeftijd: 23 jaar. Hij legt uit: ‘De ymmigraasje moat ophâlde. Krekt as it bouwen fan nije moskeeën.’ Zijn vriendin Selma de Haan mengt zich zomaar in het gesprek: ‘Men houdt hier niet fan gekleurde minsken.’ Stef Altena, de LC-journalist die dit allemaal optekende, kwam helaas niet op het idee om Femme en Selma te vragen waarom zij er zo over denken.
Prijsvraag:
Ga aanstaande zondag gezellig met de familie naar Twijzelerheide en
1. tel het aantal gekleurde mensen dat u die dag in dit dorp tegenkomt
2. tel het aantal moskeeën, inclusief moskeeën in aanbouw, dat u in Twijzelerheide aantreft, in het dorp en in een straal van 10 kilometer om het dorp heen.
Onder de goede inzenders wordt een hoofddoekje verloot.
En wij zijn terug bij af. De hogere macht heeft de anderen vergeten.
